dg noordoostpolder > over ons > geschiedenis

Geschiedenis Doopsgezinde Gemeente Noordoostpolder

Het begin
Bij de drooglegging en verdere ontwikkeling van de Noordoostpolder waren uit het hele land  mensen betrokken, met allerlei (kerkelijke) achtergronden. Waaronder ook Doopsgezinden.

En zoals zo vaak het geval is wanneer mensen in den vreemde verkeren, ook zij misten het vertrouwde van wat zij thuis gewend waren.

Dit resulteerde erin dat op de proefboerderij dr.H.J. Lovink-Hoeve in Marknesse op 28 december 1947 voor het eerst een Doopsgezinde dienst gehouden wordt onder leiding van ds. Fleischer uit Meppel. Men redt zich met de middelen die er waren. Tijdens deze dienst is waarschijnlijk een bestuur aangewezen en een Doopsgezinde kring opgericht.  Maar aangezien notulen uit die tijd ontbreken, bestaat er geen duidelijkheid over.

Na ds. Fleischer uit Meppel en ds. De Wilde uit Steenwijk, neemt in het najaar van 1952 ds. Gaaikema uit Harlingen de leden in de NOP onder zijn hoede. Dit in opdracht van de ADS die voorlopig zijn tractement en reiskosten voor hun rekening nemen.

In het begin kerkte men o.a. in de garage van Gorter aan de Kampwal, later in de Schippersbeurs.  Een onbevredigende situatie. Een plaats voor een kerkgebouw was snel gevonden, maar de financiën vormden een groot struikelblok. Niet alleen voor de Doopsgezinden, maar ook voor vele andere kerken in de Polder.

In 1951 is door de directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) een regeling ontworpen voor de bouw van ca. 24 kerken terwijl de kerken hoopten op 44 stuks. Hiervoor kreeg de directie fiat van het ministerie van Waterstaat, maar niet van Financiën. De minister van Financiën is van mening dat de kerkgenootschappen zelf in de loop van de jaren in staat moeten zijn om de financiering van hun kerken te regelen. Een auditie van de kerken bij deze minister heeft geen resultaat.


Oprichting van de gemeente
Op 11 maart 1953 wordt de Doopsgezinde Gemeente Noordoostpolder opgericht. Voordat dat besluit officieel genomen is, wordt er heel wat gepraat of men wel een gemeente kan betalen. Uitgebreid wordt er gediscussieerd over de vraag of een verplichte of een vrijwillige bijdrage gewenst is. De keuze voor een vrijwillige bijdrage is achteraf geen gelukkige gebleken, maar de is er. In dezelfde oprichtingsvergadering wordt ook het reglement van de gemeente vastgesteld. Er worden bezwaren ingebracht tegen artikel 4 “wiens zedelijk leven geen aanstoot geeft”. Ds. Gaaikema houdt vol dat een kerkenraad het recht heeft tegen een aspirant-lid te zeggen dat zijn gedrag alle perken te buiten gaat en dat hij zich eerst moet verbeteren. Het artikel blijft in het reglement staan. Kerkenraadsleden worden voor de duur van vijf jaar benoemd. Toen vond men dat al lang, maar pas in 1993 wordt de zittingstermijn naar vier jaar teruggebracht. Bovendien werd men niet van te voren gevraagd voor de kerkenraad, maar simpelweg aangewezen. Weinig democratisch. Op 22 maart wordt de eerste doopdienst van de Doopsgezinde Gemeente Noordoostpolder gehouden en treden zr. Zwart en br. Koster toe tot de gemeente.


Een eigen kerkgebouw ?

Tot 1960 is het Rijk bereid om subsidie te verstrekken voor de bouw van een eigen kerk. Al in 1956 worden er allerlei plannen gemaakt die echter steeds meer bijgeschaafde moesten worden in verband met de daaraan verbonden kosten. Het wensenlijstje wordt steeds kleiner. Wel wordt er aan alle kanten pogingen gedaan om geld te verwerven. Als men in 1959 verneemt dat het Rijk 60% subsidie wil verstrekken voor de bouw van kerken wanneer twee kerkgenootschappen gezamenlijk gaan bouwen. Na enig gezoek besluit men uiteindelijk samen met de Nederlands Hervormde Gemeente in zee te gaan en geeft men definitief het idee van een eigen kerk op, gezien de exploitatie kosten. Er komt een kerkzaal en twee kleine zaaltjes binnen het complex van de Hervormde Kerk, voor de totale som van ƒ 71.000,00

Na enig gesoebat over de financiering met een oplossing als het “polder model”, wordt het nieuwe complex op 5 september 1962 in gebruik genomen.

In deze eerste jaren heeft ds. Harm Gaaikema een groot stempel op de gemeente gedrukt. Hij was een gedreven en boeiende preker die enthousiast allerlei initiatieven ondernam. Alleen kreeg hij daarin niet altijd veel bijval.  Zoals zijn poging om de kinderen die van de Westhill-zondagsschool kwamen weinig belangstelling hadden voor catechisatie of een vormingskamp.

Maar leden redeneerden dan dat ‘de jongeren liever met hun ouders op vakantie gaan”.

Maar ook het animeren van de vormingsweekenden in Zeist of zijn pleidooi om het bouwfonds te versterken omdat de kerkgang meer is dan brood alleen, maar de verheffing van de mens uit het dagelijks leven tot een opgang naar de hoogte waar God ons roept.

Voorzichtig kunnen we stellen dat ds. Gaaikema in deze periode meer dan eens zijn idealen van gemeente-zijn heeft moeten bijstellen. In oktober 1962 neemt hij afscheid van de gemeente en komt ds. Meerburg Snarenberg in de gemeente.


Een kerkorgel
De Hervormde Gemeente heeft een harmonium in de kerkzaal van de gemeente geplaatst, maar dit harmo­nium is eigenlijk onbespeelbaar. Daarom besluit de kerkenraad tot aanschaf van een orgel en zolang deze er nog niet is, wordt er een piano gehuurd. Diverse orgelbouwers worden door de kerkenraadsleden bezocht. Bij de firma Verschueren vindt men het orgel, dat men zoekt. Nu het orgel er eenmaal is, heeft men ook behoefte aan een kansel en een avondmaalstafel. Uitgebreid wordt hierover gedebatteerd en uiteindelijk wordt in 1967 de tafel in gebruik genomen. Ook over een besluit over een bord voor de liederen heeft men twee jaar nodig. Maar goed, het decorum van kerkenraadsleden die in jacquet naar het avondmaal gaan en stemmig gekleed zijn tijdens de gewone diensten is wordt toen blijkbaar belangrijk geacht. Hoe anders gaat het tegenwoordig aan toe in vele kerken, waar uiterlijk vertoon wat minder belangrijk is geworden.

Begin zestiger jaren heeft men nog geen echt ledenregister, maar op 11 mei 1964 wordt het Kinderboek in gebruik genomen. Er vindt in deze jaren nogal wat fluctuaties in het ledenbestand plaats, maar het aantal blijft stabiel.

Wel zijn er discussies over de jeugd die zich niet zo aangetrokken voelt na de zondagsschool verder te gaan met de catechisatie. Een voorstel in 1966 om de jongeren mee te laten helpen in het opstellen van een dienst, vindt men eigenlijk een te ingrijpend experiment. Men overweegt zelfs de jongerengroep op te heffen wegens gebrek aan belangstelling en het lijkt erop dat deze groep een stille dood sterft. Gezien onze huidige zondagsschool en jongerengroep bijkans ondenkbaar.

 

Contacten buiten de eigen gemeente
De Doopsgezinde Gemeente is nauw betrokken bij de ontwikkelingen in de polder. Voor het eerst is er sprake van de zorg voor bejaarden. In de commissie die de bouw van een bejaardencentrum voorbereidt, heeft een doopsgezind gemeentelid plaats. Aanvankelijk wil men een protestants -christelijk centrum stichten, maar de Doopsgezinde Gemeente pleit er voor dat ook andere bejaarden in dit centrum mogen komen. Zo komen er mensen van de Rooms-Katholieke parochie en van Humanitas in de commissie Bejaardenzorg.

Ook heeft men vanaf het begin deelgenomen aan de gesprekken tussen de verschillende kerken en vanaf de oprichting in 1969 lid geweest van de Raad van Kerken. In het begin heeft men nog wel wat moeite met de Raad van Kerken, want in het conceptreglement voor de Raad gaat men van de geloofsbelijdenis van Nicea uit, hetgeen voor de Dopersen onbespreekbaar is. Ook heeft de gemeente een vertegenwoordiger in het bestuur van de Stichting  Maatschappelijke Dienstverlening.

De contacten met de Ring verlopen moeizaam. Vanuit Kampen wordt gevraagd een combinatie aan te gaan met Oostelijk Flevoland, maar daartegen is men gekant, want het gebied is te uitgestrekt.  Hoewel er in de tweede helft van de zestiger jaren in de maatschappij grote veranderingen plaats vinden, lijken deze veranderingen voorbij te gaan aan de gemeente. Een voorbeeld daarvan is dat de Vietnamoorlog op geen enkele gemeenteavond ter sprake is gekomen. Zoals zovele zaken die maatschappelijk gespeeld hebben en misschien vandaag de dag ook van belang zijn.

 

(dit is een bewerking van een artikel welk verscheen in de bundel “Noordoostpolder: ruimte voor Doopsgezind zijn”. Het volledige artikel is te downloaden van de website www.dg-nop.nl)

  Meer informatie     ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Noordoostpolder
 
  contact maandblad sitemap
  routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
  veelgestelde vragen inloggen  colofon
     
   
  © 2018 Doopsgezind.nl